Zin en onzin van de patrimoniumtaks
Op 28 december, met nog ruim drie dagen te gaan in 2023, keurde de Kamer de hervorming van de patrimoniumtaks goed. De schatkist zou zo een slordige 77 miljoen EUR rijker moeten worden. We waren benieuwd naar hoe deze taks, die voor het eerst het daglicht zag in 1921, en sindsdien amper werd gewijzigd, uit de steigers zou komen.
Hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk in België, het vermogen van een vzw belasten?
Wel, een non-profit die aan de taks is onderworpen, moet op 1/1 van elk jaar zelf de waarde van zijn vermogen bepalen. Hoe? Vastgoed en duurzame bezittingen moeten in de aangifte worden opgenomen aan de prijs waarvoor een goed op de markt kan verkocht worden.
Ja, U leest niet verkeerd, de belasting op vastgoed en duurzame bezittingen wordt geheven op basis van een schatting naar best vermogen. Toch wordt door veel belastingambtenaren de boekhoudkundige waarde aanvaard, omdat dat tenminste tastbaar is.
Naast al wat vastliggend is, worden verder ook de geldmiddelen belast. Maar enkel de geldmiddelen die de vzw niet nodig heeft voor haar werking. Ook hier weer veel te veel ruimte voor interpretatie, en weinig rechtszekerheid voor de vzw’s in kwestie. Worden zichtrekeningen bijvoorbeeld mee belast? Ja, zegt de ene ambtenaar, nee zegt de andere, een derde zegt: gedeeltelijk. Niet de fout van deze mensen, zij doen wat ze kunnen, bij gebrek aan heldere richtlijnen en goeie vorming.
Dat de patrimoniumtaks dus weinig vaste grond onder de voeten heeft, is niet moeilijk te begrijpen.
Och, we kunnen hier uren over zeuren, maar waarom zouden we? Liever denken we even na over hoe deze taks mogelijk wél de toets van objectiviteit en moderniteit zou kunnen doorstaan.
- De waarde van vastgoed wordt bepaald op basis van de aankoopwaarde, die jaarlijks geïndexeerd wordt. De index is gebaseerd op enerzijds de gebruikelijke veroudering van een goed, en anderzijds op het gemiddelde van de stijging van de waarde van vastgoed in het gewest waar de vzw zich bevindt.
- Voor andere duurzame goederen geldt de aankoopwaarde, verminderd met de afschrijvingen.
- Qua geldmiddelen worden beleggingen en spaarrekeningen op minstens een jaar belast, niet de kortlopende spaarrekeningen en zichtrekeningen.
- Op de winst wordt een klein percentage belasting gerekend, waarom niet eigenlijk?
- Je kan de taks digitaal indienen, waarbij je stap voor stap door de aangifte wordt geleid, met telkens duidelijke richtlijnen en een makkelijk becijferbare basis. De index op het vastgoed wordt automatisch toegepast.
- De belastingambtenaren worden grondig en permanent gevormd en zijn zo in staat om overal gelijklopende antwoorden aan te reiken.
- Dit alles wordt zo berekend, dat de fiscus door deze hervorming geen verlies leidt.
Maar wie durft?